Vandaag vieren we feest, want zo’n dertien jaar geleden, op 19 augustus 2013, lag ik in het LUMC op de verloskamer en was ik hard op weg om voor de eerste keer moeder te worden. Tevens was ik mijn toenmalige partner en de vader van ons toekomstige kindje aan het vervloeken, het was tenslotte allemaal zijn schuld dat ik daar lag te creperen en lag ik heel onprofessioneel weeën weg te schreeuwen in plaats van puffen, want die cursus had ik namelijk niet gevolgd. Voor alles is een eerste keer, ook bevallen. Mij beviel het niet. Ik ervaarde op dat moment niet alleen dat een zwangerschap allesbehalve een roze wolk kan zijn, maar daarnaast ook dat bevallen verre van mijn hobby is, ook al volgde er nog twee na deze traumatische eerste keer. Ik leerde dat een goede voorbereiding het halve werk is en dat ik allesbehalve voorbereid was. Ik leerde dat even plassen kan uitmonden in een ware chaos. “Het slijmpropje” waar de zijige stagiaire over sprak, totaal onderschat werd en op zijn minst “EEN PROP” genoemd had mogen worden en dat “DE PROP” een totale, onvoorziene ravage in de wc-pot achterliet en ik dacht dat ik ter plekke zou sterven. Ik leerde dat het breken van vliezen in films (het plasje wat ontstaat in het broekje) spugen in bakjes betekende, maar ik ontdekte dat mijn toenmalige partner en de vader van ons toekomstige kindje, naast stressbal (ik kneep hem hard en genadeloos) wel degelijk een meerwaarde in de verloskamer was, omdat hij buitengewoon behendig was met jongleren met volle en lege spuugbakjes. Ik leerde dat mijn onderkant de gehele duur van de bevalling zwaar genegeerd werd, wat ik onbegrijpelijk vond, want meten is weten, is het niet!? Ik ervaarde dat de naam Weeën Orkaan een meer passende naam is dan Weeën Storm en dat de storm zomaar, na één keer persen, ineens kan gaan liggen en dat mijn toenmalige partner en de toekomstige vader van ons kindje de neiging zelf aan het hoofdje te gaan trekken, maar nauwelijks kon bedwingen. “And it burned, burned, burned, the ring of fire!” De hel was er niets bij. Ik werd daar, een paar minuten later, na een orkaan van 4,5 uur en twee keer persen, moeder van zoiets kostbaars, zoiets moois, zoiets liefs en ik mocht haar mijn dochter noemen. Ik werd voor de eerste keer moeder.
Ook al was haar start allesbehalve soepel en stapten we daar ter plekke in de volgende achtbaan, terwijl ik vreselijk hoogtevrees heb, haar geboorte voelde als mijn wedergeboorte en ik voelde me zo sterk, zo’n oermoeder. En toen volgde haar eerste keren. Haar eerste operatie, haar eerste keer thuis, haar eerste lachje, stapjes, haar eerste schooldag, proefwerk, cito, kamp, musical. De brugklas en straks alles wat nog komen gaat. Al die eerste keren die je meemaakt in je leven. Je eerste verliefdheid, je eerste zoen, daarna toch maar geen verkering wat ik vond tongen vies. Je eerste vriendje, je eerste keer, je eerste liefdesverdriet, je eerste verlies, je eerste baantje, je eerste examen, je eerste studiedag, je eerste solo, je eerste voorstelling, je eerste werkdag, je eerste huis, je eerste aanzoek, moet ik nog even doorgaan?
Maar gaandeweg volgen er steeds minder eerste keren. Logisch als je ouder wordt. Tot ik besloot uit te vliegen. Voor mezelf te kiezen. Gewoon opnieuw. Alles opnieuw. Veel eerste keren die eerste jaren na mijn vertrek. Scheiden, verhuizen, advocaten, strijd en zoveel pijn en verdriet. Eigenlijk genoeg eerste keren die ik met alle liefde had overgeslagen. Ze hebben me ver gebracht en ik heb er veel over geschreven. Ik wil me focussen op wat er is. Mijn kinderen, mijn familie, de mensen die dicht bij me staan, mijn liefde. Bijna een jaar geleden sprong ik het diepe in en ontmoette ik Tom. Daarna volgde oneindig veel eerste keren. Een eerste date, een eerste zoen…de eerste keer die corrigerende slip uit…(get a room, zou mijn puber zeggen) nou ja, laat maar! Ik prijs mezelf oneindig gelukkig met mijn nummer 693, de held die alle Karper vissende en ethisch non monogame mannen (veelal types met knotjes) achter zich liet en helemaal voor mij ging en gaat, mijn lot uit de loterij. Niets is zomaar toeval, het moest zo zijn dat wij elkaar vonden en wij hebben veel lol samen. Ik voel me veilig genoeg om helemaal mezelf te kunnen zijn en er gaat een wereld voor mij open. Met open armen ontvangen worden door zijn familie en vrienden. Samen hand in hand fietsen. Yahtzee competities, Maar ook voor het eerst naar een festival. Samen B&B vol liefde kijken. Samen op vakantie, zonder inpakstress, zonder ruzie. Autobingo in de auto. Samen zingen, lachen, genieten, ontspannen. Rijden in de Audi e-tron op de péage in Frankrijk. Plassen en poepen op een droogtoilet, wat een beleving op zich was en twee weken in 35 graden in een Tiny house in Zuid-Frankrijk, klein maar zo fijn. Maar ook eerste keren van zaken waarbij je nooit stil stond, die altijd door een ander gedaan werden, waar ik nooit de kans voor kreeg, nooit bij nadacht of gewoon nooit durfde.
De allereerste keer met de auto door de wasstraat. Hij moest mee, ik had het nog nooit gedaan en ik durfde niet alleen. Het was een uitje op zich. Attractiepark Duinrell was er niets bij, echt niet. Voor mijn gevoel zat ik in de Splash. In het open karretje. Overigens kan ik jullie vertellen dat het in Duinrell geen fuck uitmaakt of je in het open of dichte karretje van de Splash stapt, nat word je toch. Heb je de val in de dichte Splash lachend en droog overleefd, in je broekje geen enkele vlek? Gaat vervolgens de klep van dat ellendige karretje open en komt er een Tsunamie aan water vrij, waartegen geen enkel inlegkruisje bestand is, maar dat terzijde. Terug naar de wasstraat. “Nee ik denk niet dat ik het vandaag droog hou” maalde door mijn brein. Die kun je overigens op twee manieren interpreteren. Enerzijds was ik bang dat het water en het sop mijn auto zou binnen zou stromen en dat ik daardoor onbedoeld in een schuimparty zou belanden. Anderzijds achtte ik de kans groot dat ik van pure ellende en angst zelf alles zou laten lopen, met alle gevolgen voor de bekleding van mijn Party Picanto. Spannend was het vanaf minuut één. “Gewoon doen wat er gezegd wordt” zei mijn lief naast mij. Dat vond ik moeilijk. Het begon al bij het naar binnen rijden. Een verveelde jongen met een puisterig gezicht vermaande mij mijn raampje open te doen. “Wat je ook doet, niet opendoen” dacht ik alleen maar, maar Tom zei dat het kon, dus opende ik voorzichtig mijn raam. Ik kreeg een soort van toverstafje in mijn hand gedrukt en vroeg me oprecht en af: “Wat moet ik hiermee doen?” De jongen keek mij vol ongeloof aan: “Dat is uw antenne mevrouw!” Tom bleef er zowat in…ik moest zo hard lachen dat het overstromingsrisico nog niet geweken was. De jongen kon er niet om lachen en ik kreeg een pinautomaat onder mijn neus geduwd. Hij had me best “Een behouden vaart” kunnen wensen, maar dat bleef uit. In plaats daarvan begon hij te wenken en Tom naast me begon ook orders uit te delen. Ik voelde zowel paniek als dankbaarheid dat hij naast me zat en dat ik deze experience niet alleen door hoefde te maken. De jongen bleef maar zwaaien, nam zijn taak serieus. Mij werkte het vooral op mijn zenuwen. Ik moest met mijn linker wiel in een rails gaan staan. De jongen vond dat ik dat best een beetje sneller kon doen, maar ik gleed heel langzaam die rails op. “In zijn vrij Ol, laat los die koppeling!” Ik durfde nauwelijks te bewegen, het zweet stond in mijn naad, ook heus wel omdat het tering heet was die dag hoor, maar ook omdat ik dacht, dit gaat helemaal mis en dan rest ons alleen nog uit volle borst te zingen: “Vaarwel, vaarwel, mijn schip Titanic….door de hoge zee!” Maar Tom bleef kalm als ware hij mijn rijinstructeur, maar dan zonder broodje bal en restjes mayo op zijn lip. Ik besloot de koppeling los te laten en mijn handen als kommetjes voor mijn ogen te plaatsen en de heer aan te roepen! “Oh God oh god, oh Jezus!” Mijn Party Picanto alias Titanic voer inmiddels soepeltjes over de rails en mijn ramen werden verzwolgen door enorme sponzen die mogelijk trauma kunnen veroorzaken. Het geheel duurde zo’n 10 minuten en mijn Party Picanto glom vervolgens als een drol in de maneschijn. Helaas was dat van korte duur.
Enkele dagen later vertrokken we voor een heerlijke vakantie naar Zuid-Frankrijk en vergat ik dat ik de auto onder prachtige Lindenbomen had gezet. Bij thuiskomst kreeg ik mijn portier niet eens meer open door de honigdauw van de bladluizen. Geen haar op mijn hoofd dacht eraan om naar de Wasstraat te rijden. Mij niet bellen. Ik sproeide mijn vooruit zo goed en zo kwaad als het ging schoon en reed met open ramen naar mijn ouders en poetste daar mijn auto schoon. De wasstraat was voor mij de eerste en voorlopig de laatste keer. Kortom, je bent nooit te oud om te leren, te proberen en te concluderen dat het je ding niet is.
Over eerste keren gesproken. Ik ging na drie jaar voor het eerst met de meiden op supvakantie en wij leerden wij dat er heel veel past in een koekblik. Ik had mijn Party Picanto volgeladen met mijn meiden, twee gevulde Ikeatassen met kleding achterin, beautycases, knuffels en een krat met boodschappen. Merel besloot een subtiel knuffeltje mee te nemen. We zaten klem. Na een half uurtje rijden ging het lampje van de bandenspanning branden. Even checken. Pompen, ook dat nog nooit alleen gedaan en ik hoor nog vaak dat stemmetje in mijn hoofd dat brult: “Dat kan jij niet!” Conclusie: Ik kan dat. Ik kan dat heel goed. Ik kan veel alleen. Ik red me alleen. Ik heb al zoveel overwonnen. Ik vind alleen soms heerlijk. Maar samen is zo leuk. Ik verheug me op alles wat komen gaat. Met hem, met de meiden, maar ook alleen. Op veel leren, op proberen, op accepteren en nog heel, heel, heel veel eerste keren, net zolang tot de laatste keren het van de eerste gaan winnen en wij oud en grijs zijn en jij door mijn haar strijkt en ik dan zeg: “Weet je nog lief, toen wij elkaar zagen, die allereerste keer?”