Blog 44 Vakantie, vakantie klinkt door heel het land…

‘Vakantie, vakantie klinkt door heel het land, we trekken naar de bos en naar de hei en naar het strand. Dan gaan we kamperen, logeren, in caravan of in tent, dan zing je maar, dan fluit je maar een liedje dat iedereen kent… lalalalala…’

Mijn moeder zong dit vroeger altijd, eigenlijk bij iedere start van de zomervakantie. Wij gingen ook altijd kamperen, in Frankrijk met de vouwwagen. Die lag vol met genoeg proviand voor een jaar. Heel veel surfplanken op het dak van de auto. Mijn broer en ik achterin, met de ramen open, een cassettebandje met California Sound in de recorder en iedereen zong mee. Ik vrat binnen now time de rollen Mentos die ik had gekregen op en viel dan licht misselijk in slaap en werd dan pas weer wakker op de eerste bestemming en sprak dan de memorabele woorden: ‘Ik ben zo moe’ Mijn moeder vertelt deze anekdote tot op de dag van vandaag, als het gaat over vakanties en reizen. Ik kan soms echt terugverlangen naar die tijd. 

Voor mij was het, na 10 dagen Zuid-Engeland met een vriendin en het feit dat de kinderen twee weken met papa op vakantie waren geweest, glamping in de Belgische Ardennen met 6 kinderen, de nieuwe vriendin, een tropisch zwemparadijs met 12 glijbanen, springkussens, speeltuinen, vuurwerk en ander vermaak, een uitgemaakte zaak. Wij gaan niet weg. Ik zou best een keer willen kamperen met de meiden, maar ik heb last van klein traumaatje. Met zo’n wc-rol onder je oksel naar een toiletgebouw, vond ik als kind al moeilijk. Dat zo’n gebouwtje open was en weinig anoniem, naast de speeltuin stond waar stoere jongeren hangen, ingewikkeld. Na drie dagen stokbrood eten en niet poepen werd het ook een zeer pijnlijke kwestie. Maar ik ging niet. Ben je gek?! Stel je voor dat iemand mij zou horen. Ik hield het op. Billen bij mekaar. Na een week stond ik op knappen. Explosiegevaar. Mijn ouders gingen boodschappen doen en mijn broer surfen en met de vrees dat de ontlasting weldra mijn oren uit zou stromen, besloot ik, creatief als ik ben, een boodschappentas in de Porta Potti (een wc-tje waar we alleen ’s nachts op mochten plassen) te hangen en in de vouwwagen mijn behoefte te doen. De opluchting was gigantisch, de hoeveelheid  shit ook. De stank was ondragelijk en ik moest vervolgens met die tas over de camping op zoek naar een vuilcontainer. Ik was te bang om te poepen, maar dat durfde ik dan weer wel! Ik heb er nooit met één woord over gerept naar mijn ouders. Over een coming out gesproken! Bij deze!

Maar goed, waar was ik? We gingen niet weg. Thuiskomen vinden kinderen ook heerlijk. Even rust, niets hoeven, uitslapen (wat ze helemaal niet deden) we zien wel waar we zin in hebben. Beetje lummelen, beetje vervelen, we hebben tenslotte zon, zee en strand in de buurt. Tranquilo. Dat hield ik helaas niet heel lang vol. Deze mama voelde de noodzaak om uit te pakken. Deze moeder wilde niet achterblijven, het “mama doet ook heus leuke en durft ook spannende dingen syndroom.” Hup hup, je grenzen verleggen, live, laugh, fucking love! Ik reed met drie verveelde, elkaar de tent uit vechtende kinderen naar Alphen aan de Rijn om lekker te gaan klimmen. Ja, want dat is een buitengewoon goed idee voor iemand met hoogtevrees en een kind dat net nog geen 130 centimeter lang is. ‘Geen probleem hoor, maar ze moet wel bij jou blijven’ zei het klimmeisje.  We werden in onze tuigjes gehesen, helm op en we hadden er zin in. Ik was ervan overtuigd dat wij tussentijds gewoon af konden haken, mocht het parcours toch iets te uitdagend zijn. Ik liet Merel voor me uit gaan, want dan kon ik haar goed in de gaten houden. Superslim dacht ik. Not. We gingen zonder al te veel kleerscheuren door het eerste parcours, wat al behoorlijk uitdagend was, maar niets wat Merel en ik niet aankonden. Spannend, hoog, moeilijk, uitdagend, beetje knikkende knieën. De oudere twee vlogen door het parcours heen en waren al snel uit het zicht. Loslaten next level.

Parcours 2 was andere koek. Merel bleek op sommige plekken toch echt net iets te klein en deed haar uiterste best om te doen alsof ze het leuk vond. Ik ook. Halverwege dit veel te moeilijke parcours, waarbij ik al diverse malen in een spreidstand terecht kwam die mijn liezen echt niet aankonden, waarbij ik Merel al een paar keer bijna huilend over een slingerende kromme touwladder heen duwde, besloot Merel een stukje te ziplinen. Prima plan als je genoeg vaart hebt en de overkant behaald, minder prima als je halverwege terugkaatst en ergens in het midden van een parcours, op een paar meter hoogte terugveert tegen je moeder aan en vervolgens vast komt te zitten in een net. Ik hing in het net ernaast. Te bungelen op een hoogte die niet prettig was, met een kind die ik niet kon bereiken/helpen, met een lucht die gitzwart werd en waar onweer dreigde.  Merel begon erbarmelijk te huilen. Julia en Sofia, die klaar waren, riepen vanaf de overkant verveeld: ‘Mama, wij zijn klaar, wat kunnen we nu doen?’ Ik: ‘Jezus, weet ik veel, wij zitten hier vast. We komen er niet uit Doe iets!’ Merel ging in standje paniek. Ik verkeerde in doodsangst, maar bleef ijzig kalm. Nu begon Merel te huilen.  ‘Niet in paniek raken Mereltje, rustig blijven ademen, ik ga proberen naar je toe te komen!’ Ik voelde mijn armen totaal verzuren en deed toen wat ik het hele parcours niet durfde. Ik liet los. Slecht plan. Angst overwonnen, maar het leverde niets op. Ik hing daar, machteloos, veel te hoog. Met schurende liezen en klotsoksels. Ondertussen schreeuwde Merel zo hard als ze kon: ‘Hellup!!!!’ Het klimmeisje, wat beneden gezellig stond te kletsen, hoorde haar niet. Ik besloot ook een kreet te geven, waarna ze in actie kwam, maar ik keek ondertussen om mij heen en voorzag opnieuw een probleem. Want hoe zou dit klimmeisje ons in hemelsnaam kunnen redden en vooral, hoelang zou het gaan duren voordat zij bij ons zou zijn. Als deze klimgeit ons de tip had gegeven dat moeders altijd eerst moeten en daarna hun kind, dan waren we nooit in de problemen gekomen. Of had ik dit zelf moeten bedenken? Ik vervloekte mezelf intern en jammerde in gedachte. Ik klom opnieuw op in de netten, maar we zaten klem en redding was niet nabij. Merel ging steeds harder huilen. ‘Merel echt, het komt goed, er kan niets gebeuren. (Het enige wat kon gebeuren was dat wij daar een tragische dood zouden sterven door een blikseminslag, of dat de zipline zou bezwijken onder mijn #hetisvakantieenallesislekkerduspropikookallesnaarbinnenlijf) ‘Ik ga proberen naar je toe te komen’ riep ik dapper. ‘Het kan maar op één manier. Ik probeer vaart te maken en geef jou een duw waardoor je van het derde naar het vierde net kan komen, oké?’ Als een ware ninja, maakte ik vaart, terwijl ik heel ongemakkelijk in een net hing, mijn liezen werden afgekneld door het klimtenue. Maar ik strekte mijn been en gaf Merel een zet. Merel greep jammerend om zich heen en hing in net vier. Met verzuurde armen wurmde ik me in hetzelfde net en wist Merel via haar billen veilig op het volgende plateau te duwen. Nu ik nog. Survival Mum in actie. Maar toen waren we er nog niet. Gelukkig was het klimmeisje nu ter plaatse om aanwijzingen te geven. Vanaf dat moment gingen we vliegend door het parcours. Tot de laatste uitdaging, waar ik Merel op veel te grote hoogte opgelucht naar de overkant zag ziplinen. Toen moest ik nog. Ik vloog door de lucht en zelfs op deze hoogte voelde het als een totale bevrijding. Het regende inmiddels. Ik zat onder de blauwe plekken en schaven en ik heb nog nooit zulke pijnlijke vingers gehad van de totale verkramping.

Parcours 3 hebben Merel en ik gelaten voor wat het was. Onhaalbaar.  We leverden onze spullen in, gingen lachend op de foto. Behalve mijn paspoort foto, heb ik nog nooit zo’n lelijke foto van mezelf gezien. Nou ja, dat is niet helemaal waar. Na mijn bevallingen zag ik er ook zo uit. Uitgewoond, alsof er een Intercity en drie Sprinters over me heen waren gewalst.

 ‘Vonden jullie het leuk meiden?’ vroeg ik voorzichtig. De reacties waren lauw. Eigenlijk waren ze helemaal niet enthousiast, wat me op dat moment ook echt raakte en pijn deed. Ik had behoorlijk wat geld uitgegeven en niemand had er echt van genoten. Ik voelde me vooral schuldig naar Merel toe, dat ik haar in zo’n benarde situatie had gebracht en vroeg me af waarom ik dit eigenlijk zo graag wilde doen? Julia vond het achteraf heel spannend. Sofia was vooral stil en wilde direct naar huis.

Waarom deed ik dit in hemelsnaam? Om de meiden te plezieren? Leuk te doen? Om te laten zien dat ik een leuke moeder ben? Om te laten zien dat ik ook heus wel dingen durf? Alsof de meiden dat niet allang weten? Waarom? Schuldgevoel, schaamte, scheiding.  Compenseren. Misschien omdat ze bij mij eerder naar bed moeten, omdat ze stront chagrijnig worden door vermoeidheid en mij dan een strenge moeder noemen. Omdat ze gezond moeten eten, terwijl pannenkoeken, snoep, chips en koek het lekkerst zijn. Omdat ze hun telefoon/tablet regelmatig in moesten leveren, omdat ze er niet leuker van werden en hun creativiteit werd pas gestimuleerd en ze gingen de mooiste dingen maken als ze er niet op zaten. Omdat ze moeten leren dat je niet alles kunt krijgen wat je wil, maar dat je zelf voor dingen spaart. Omdat ik er niet altijd ben op de dagen dat ik er wel zou willen zijn, op hun verjaardagen bijvoorbeeld, wat nooit went. Omdat ik twee weken zonder de meiden nog steeds moeilijk vind, maar de weken dat ze er zijn, naast dat het heerlijk is om ze weer bij me te hebben, de lol, de Welness treatments, massages en lieve briefjes van Julia, de lieve knuffels van Sofia en haar hand in de mijne ’s ochtends in bed, de warme handjes van Merel om mijn nek, strand, het zingen en dansen door de kamer, de filmavondjes met chips, de uitgebreide ontbijtjes, het soms ook heel pittig is en zwaar met drie meiden, die mij en elkaar afsnauwen. Die elkaar regelmatig als katjes de tent uitvechten, de dynamiek. De uitdagingen die we alle vier soms nog hebben en ervaren. Ik kan mezelf als moeder dan snel tekortdoen. Hard voor mezelf zijn. Ik wil het zo graag goed doen, maar doe dan ook vaak te veel mijn best. Wil te graag. Terwijl de dagen dat we niets doen, luieren, knutselen, rommelen in huis vaak de fijnste zijn. Of gewoon lekker naar strand, eindeloos met je schepnet door de kim heen waden. Je zusje ingraven, golfje springen. Hoeveel heb je nodig? Maar soms voelt het als niet genoeg. Dat is van mij. Dat ligt helemaal bij mij. Ik ben helaas niet perfect. Maak volop fouten. Ik ga nog regelmatig op mijn bek en hard ook. Ga te veel toegeven, geef ze steeds meer ruimte, omdat het daar één happy family lijkt, terwijl ze bij mij mopperen en moe zijn. Dat helpt natuurlijk niet. Ik raak dan gefrustreerd, geïrriteerd, soms ook door dingen waar zij geen invloed op hebben en ik net zo min. Dan word ik boos op de meiden en dan weer boos op mezelf omdat ik boos doe en dan weer dat schuldgevoel. Falende moeder. Het is een proces van vallen en opstaan en het vallen leren accepteren. Als iets wat er gewoon bij hoort. Weten dat ik goed genoeg ben, ook met regels en grenzen, die zij niet altijd leuk vinden. Dat mag. Het is goed genoeg. Ik ben goed genoeg.  Stiekem weet ik het hoor. Maar soms heb ik nog wat bevestiging nodig. We keken een paar dagen geleden de foto’s en filmpjes terug van de vakantie. Wat was het leuk. Varen met opa en oma. Strand en eindeloos spelen, maar ook van ons klimavontuur en het moment dat Merel door de lucht heen zweefde als ware zij een engel. Ik hoorde me mezelf als moeder tekortdoen en zeggen: ‘De mevrouw heeft ons net gered uit een benarde situatie en ik dank God op mijn blote knieën dat het voorbij is!’ Maar het was Merel die zei: ‘Dat is helemaal niet waar. Die mevrouw heeft ons helemaal niet gered, mama, dat heb jij gedaan!’  

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *